Sneekermethode

Vooral In Friesland wordt een methode gebruikt de zgn. "Sneekermethode" waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van cijfertjes in hokjes.

Onderstaand een voorbeeld:

Hier zien we dat er maatstrepen worden gebruikt waaruit de maatindeling blijkt. In dit geval worden tussen de maatstrepen drie noten gespeeld en is het stuk dus in een 3/4-maat geschreven. Het bovenste cijfertje geeft de knop weer van bovenaf gezien. Indien het nummer van haakjes ( ) is voorzien dan wordt die knop op de binnenrij gespeeld en anders op de buiten rij.

Er worden steeds twee paren cijfertjes getoond. De bovenste zijn voor de rechterhand (diskant) en de onderste vormen de aanwijzing voor de linkerhand (baskant). Indien een streep tussen de bovenste en onderste cijfers staat, dan dient er geduwd te worden, zoals hier in maat 2. Indien er géén streep tussen staat dan moet er getrokken worden, zoals hier in de eerste maat. De onderste cijfers geven zowel de maat en het ritme aan als ook de positie van de vingers. In dit voorbeeld  | 1 | 2 | 2 | wil dus zeggen dat een 3/4-maat wordt gespeeld , duwend op de 1ste en 2de positie, in dit geval duwend, dus noot C, gevolgd door tweemaal accoord c, of wel  C - c - c.